Hoe leggen we aliens uit wie 'wij' zijn?

close

Touki Delphine doet met de muziektheatervoorstelling Voyager One een poging om de B-kant te maken van de gouden plaat die de ruimte in gezonden werd. Een hopeloze maar inspirerende opgave, volgens speler Bo Koek.

Hoe spreek je aliens aan? Hoe toon je ze een eerlijke dwarsdoorsnede van waar de mensheid voor staat? En hoe krijg je dezelfde mensheid in het publiek daar zó bij betrokken dat ze aan het eind van je voorstelling hun eigen ik-jes vergeten en woest staan mee te dansen op de beats van je muziektheater?

De voorstelling vertrekt vanuit het idee om een nieuwe versie te maken van de gouden plaat die in 1977 met een sonde de ruimte in is gestuurd. Een onderzoek naar hoe de mensheid, als geheel, de ruimte en de eventuele aliens erin zou kunnen aanspreken. ‘We waren al langer geïnteresseerd in die plaat’, legt Koek uit. ‘Met Touki Delphine maakten we al eerder dingen over de ruimte, maar we zijn er ook in geïnteresseerd de mens en haar tekortkomingen onder een vergrootglas te leggen. De pogingen om er toch maar het beste van te maken, die intrigeren ons. En daar sluit het materiaal van Voyager One mooi op aan.’

Hoogdravend en sympathiek
Wat hebben menselijke tekortkomingen te maken met een gouden plaat in een ruimtesonde?  Volgens Koek is het simpel: ‘Er staat prachtig materiaal op die plaat: Bach, Beethoven, Stravinsky en zorgvuldig bijeengezochte beelden en foto’s. Maar elke poging om een culturele staalkaart van de mens te maken is toch een hopeloze opgave. Je weet bijvoorbeeld zo weinig van andere culturen. Het dan toch proberen vonden we inspirerend en dapper. Er is drie jaar werk in het samenstellen van de plaat gestoken en dat resultaat is daarna de ruimte in geknald. De kans dat iets of iemand die plaat ooit vindt, is nihil. Maar het is een waanzinnig verhaal en een mooi inspirerend gegeven. Het is tegelijkertijd hoogdravend en sympathiek en des te meer reden om het te doen.’

Wij dansen
In de voorstelling zie je dan ook halftreurige, falende personages die ondanks alles moedig doorzetten. Het resultaat van hun handelingen en muziek is een soort B-kant van de plaat aan boord van de Voyager, die eerder de dagelijkse beslommeringen toont dan het meest verhevene van de mens. Hoewel: tegen het einde van het stuk komen de elektronische pop en rock van Touki Delphine en de sopraanstem van Bernadeta Astari zó hemeltergend mooi samen dat je toch gaat geloven dat het echt wel snor zit met die mensheid van ons. Maar die verheven, persoonlijke gevoelens vertalen zich niet direct in een gedeeld hosanna in de gloria wij-gevoel. Wanneer acteur Arend Pinoy tijdens de elektronische, voortstuwende outro van de voorstelling het publiek uitnodigt van de bühne af te komen en mee te dansen, voelt in ieder geval deze verslaggever zich nogal opgesloten in hun eigen ik. Pas als een kritieke massa mensen is opgestaan om mee te dansen, willen de laatste ikken zich toch weer bij een groep voegen, om daar dan solitair bij te staan dansen.

Volgens Koek is dat wel het gewenste effect: ‘We beginnen de voorstelling expres stug en onnavolgbaar, zodat we het publiek eigenlijk als een soort aliens aanspreken. We wilden een spanningsboog creëren die begint met vervreemding en eindigt met ervoor te zorgen dat iedereen die mee wil komen, dat kan doen.’

Tekst: Jan van Tienen. Foto: Diewke van den Heuvel