9-18 juni 2017

Nobody Home brengt de ‘parochie’ iets bij

close

Nobody Home, de theaterhit van het seizoen, vertelt de vluchtverhalen van drie jonge theatermakers. Voor Oerol werd de voorstelling omgebouwd tot locatievoorstelling. Een van de acteurs, de in Syrië geboren Majd Mardo, ensceneert tegen het slot van de voorstelling een ontroerend gesprek dat hij met zijn vader had op diens sterfbed. Dagkrantredacteur Jan zag het, dacht aan zijn eigen moeder, huilde, sliep en belde toen met Majd.

tekst Jan van Tienen foto Bas Berends

Bedankt voor de voorstelling. Wat verlies je als je moet vluchten?
‘Je verliest het bekende, het veilige. Je herin- neringen begraaf je eigenlijk met je vlucht. Je hebt behalve je eigen hoofd en je familiele- den bijna geen referentiekader over. Je raakt ontworteld. Het thuisgevoel sterft.’

Hoe was het om die ontworteling bij je ouders te zien?
‘Het is niet goed, maar aan de andere kant is het ook maar gewoon de situatie. Zoals we in de voorstelling zeggen: alles went. Het is pijnlijk, maar het is wat het is. That’s the price you pay voor de vrijheid, denk ik.’

Je vader is overleden toch?
‘Ja, hij is overleden.’

Hoe is het om avond na avond die sterf- bedscène opnieuw te spelen?
‘Het klinkt misschien plat, maar het is ons ambacht. We hebben vier jaar op de Toneelacademie Maastricht gezeten, we hebben geleerd hiermee om te gaan. Daarnaast hebben we er bij het maken voor gezorgd dat het behapbaar blijft. Als die scène met mijn vader tijdens het spelen net zo had gevoeld als het destijds voor mij persoonlijk voelde, had het ook niet gewerkt in de voorstelling. Dan had het eerder afstand gecreëerd met het publiek. Ik speel het nu elke avond,

voel er emotie bij, maar ik ga daar niet aan onderdoor. Hoe cru het ook klinkt, het is elke avond een feestje om te spelen. Dat komt ook doordat het een hoger doel heeft gekregen, doordat het mensen emotioneert, raakt. Dat rechtvaardigt het. Maar het was waarschijn- lijk moeilijker geweest om te spelen als het stuk niet zo succesvol was geworden.’

Het verhaal over je vader deed me denken aan mijn boek, waarin ik de dood van mijn moeder beschrijf. Steeds als ik daar nu aan denk, is die herinnering gekleurd door wat ik schreef. Heeft die scène jouw verdriet veranderd?
‘Moeilijke vraag. Door zo’n ervaring te delen krijgt het een plek. Het zorgt ervoor dat het niet voor niets is geweest. De situatie is zoals het is en als je de capaciteiten hebt, kun je dat omvormen tot inspiratie, tot een gevoel proberen te uiten dat een ander ook heeft, maar misschien niet kan uiten. En dat maakt het waardevol. Sommige avonden heb je meer last van het verdriet dan andere, maar dan komt iemand naar je toe die zegt dat hij geraakt is, dat die iets voelde waarvan hij niet eens wist dat het er was. Dat is wat theater kan bereiken, denk ik.’

Bereik je er ook iets mee op maatschappelijk vlak? De voorstelling is een belangrijke aanklacht tegen hoe er met vluchtelingen wordt omgegaan, vind ik, en hij is steevast uitverkocht.
‘Verandering, daar hopen we op. Maar de mensen die we zouden moeten bereiken, laten we zeggen Pegida-aanhangers, PVV’ers, die gaan niet naar theater. Mensen die de voorstelling ‘echt’ moeten zien, zien hem niet. Dat is misschien wel het dilemma van theater. De mensen die wel komen, die zijn vaak al mee.’

Preaching to the choir?
‘Ja, maar eigenlijk ook weer niet. Veel mensen zijn op een rationele manier begaan met vluchtelingen. Na het zien van de voorstelling voelen mensen het ook echt. Er zijn mensen die hebben besloten om naar Griekenland te gaan om vluchtelingen te helpen. Dat is een wezenlijke verandering. Je bent voor eigen parochie aan het preken, maar je brengt de parochie wel iets bij.’