Ontroerd door een ritmisch looprekje

close

BOT maakt theater met muzikale installaties, zoals een cello die zichzelf met meerdere strijkstokken bespeelt of een wandelend looprekje dat een ritme slaat met haar schoentjes. In hun voorstelling LEK bezweren zij de vergankelijkheid, samen met uit elkaar vallende instrumenten.

Op de speelvloer van Koeienschuur Spanjer staan instrumenten in groepjes te wachten, toegedekt door lakens. Geert Jonkers: ‘Denk aan een achtergelaten huis op de prairie, waar de bewoners zijn vertrokken. Dan komen wij binnen om de dingen op te schudden om te zien of er nog leven in zit.’ Job van Gorkum, die samen met Geert de liedjes schrijft: ‘Het borduurt voort op onze vorige voorstelling RAMKOERS, waarin een accordeon het podium opkroop; de “trekslak”. We wilden dit aspect, onze instrumenten als karakters, verder verkennen.’ Geert: ‘Een apparaat dat gevoelswaarde heeft, ‘sterft’ als het kapot gaat.’

Samen met regisseur Vincent de Rooij en dramaturg Marijn van der Jagt verzinnen de mannen hun beelden en machines. Daar komt muziek en zang bij in een associatieve volgorde. Doan Hendriks: ‘De spullen die wij gebruiken om instrumenten van te bouwen, hebben een verhaal gehad. Soms zijn ze vals. Ook tijdens de show gaan dingen onbedoeld kapot.’ Toch is het geen zware voorstelling; als de instrumenten “praten” vanonder hun doek zorgt dit ook voor hilariteit. Een cello in een rolstoel bespeelt zichzelf, gevolgd door een piano, een drum en perstoeters op lucht. Geert: ‘Je ziet aan de cello dat hij eigenlijk zijn eigen hals kan afsnijden met een zaag, al heeft dat beeld de voorstelling niet gehaald. We hebben dat uitgeprobeerd, dat proef je nog.’ Doan: ‘Het is een zwanenzang van een cello die voor het laatst haar ding doet.’ Job: Daar kunnen mensen hun eigen leven op projecteren. Als ze het wandelende looprekje zien en daar muziek bij komt, moeten ze soms huilen.’ Geert: ‘Misschien relateren ze het aan hun ouders.’ Volgens Tomas Postema gaat de voorstelling over sterven. ‘Of noem het de schoonheid van het vergankelijke. Verval is iets om in de ogen te zien. Dit proberen te ontlopen is tragischer dan zeggen: Kom maar op met die rimpels.’

Tekst: Helena Hoogenkamp. Foto: Anke Teunissen