Tegen het publiek praten voelt als valsspelen

close

Bezoekers zitten op het oplopende duin in een halve kring, als in een amfitheater om Lisa Verbelen heen. Ze staat alleen met haar stem en een voorbijschuivende partituur achter zich in een duinpan en doorbreekt de stilte met zang. Lisa toont hoe alles beweegt. ‘Niets is statisch, je bent altijd aan het veranderen.’

Het moet donker zijn om ONE. te spelen, want achter Lisa worden de zanglijnen die zij zingt geprojecteerd. Het publiek kijkt zowel naar haar als naar de bewegende wereld die zij achter zich heeft geschapen. Haar tekst bestaat uit korte Engelse zinnen die time, space, people, feelings, thoughts, eigenlijk alles, een plek toewijzen. Lisa: ‘Het is een pauze-ervaring: theater waardoor je even weg kunt uit het leven. Traag, en je mag gerust soms naar de wolken kijken of even aan jezelf denken.’

ONE. gaat over verandering, dingen die niet stilstaan. Lisa: ‘Als je verliefd wordt op iemand dan is diegene nog aan het veranderen, je wordt niet verliefd op een statisch persoon. Dat is ergens heel geruststellend. Het is simpele info: Jij beweegt, de ander beweegt, en ondertussen zoomen we uit. Het is ordening van alles wat beweegt, ik wilde helder tonen dat niets statisch is.’

Hoe is het als het publiek de zanglijnen kan zien terwijl ze gezongen worden? ‘Net als meelezen uit een CD-boekje,’ zegt Lisa,  ‘dat wat komen gaat, is geen verrassing meer.’ Ze zingt meerstemmig: live en samen met driemaal haar eigen stem, opgenomen op band. ‘Voor mij gaat een solo over eenzaamheid. Bij het maken denk ik: ‘Kan ik op iemand reageren? Nee, dat kan niet. Dan maar tegen het publiek praten, hen als tegenspeler nemen, voelt als valsspelen. Toch waren de muzikale ideeën die ik voor deze solo had meerstemmig. Ik heb alle stemmen opgenomen om toch dat samenzijn te maken.’ Bij het maken ontdekte Lisa dat een koor samen ademt. ‘Soms waren de opgenomen zanglijnen vals en kwamen we er niet achter waar dat zat. Als je live samen zingt kun je dat direct aanpassen.’

Lisa is onderdeel van collectief BOG., waarin zij met Benjamin Moen, Judith de Joode en Sanne Vanderbruggen talige, categoriserende voorstellingen maakt. Hoe verschilt dit van haar soloproject? ‘Met BOG. hebben wij een geheel andere werkwijze, zitten we drie dagen voor de première nog te werken aan de tekst. In mijn eentje verzin ik een concept waar je niets aan kunt veranderen. De vorm is abstracter, minder theatraal. Ik praat niet, de woorden rollen voorbij. Hierna ga ik weer een solo maken: ALL, over chaos en complexiteit, met een nieuwe vorm en nieuwe muziek. Maar ik bespreek mijn werk wel met de andere BOG.-leden, en Judith de Joode heeft de eindregie van ONE. gedaan. Zij komt dan in de laatste fase kijken en trekt me van de maakkant naar de vloerkant. Na dit project verlang ik weer terug naar het moeras, nee, het warme nest van het collectief. Dat wisselt elkaar af.’

Tekst: Lisa Weeda & Helena Hoogenkamp. Foto: Nichon Glerum