Op festivalhart de Deining openden hosts Lin An Phoa en Daan Doesborgh samen met artistiek directeur Sabine Pater het festival. Met muziek van San Cha, een gesprek met theatermaker George Tobal over de kracht van kunst en poëzie van Sanne van Balen werd het startsein gegeven voor tien dagen Oerol.
Tijdens de opening droeg Sanne van Balen haar gedicht Oerol is een taal voor: een ode aan het eiland, aan de woorden die er thuis zijn en de woorden die je er zelf meebrengt.
Oerol is een taal – Sanne van Balen
Oerol is een taal
neem wat losse klinkers als ondergrond en klop het zand eruit
wyt of wiid, wiet mag ook
kies een onderwerp, een persoonsvorm
ik do dou dy sy hy wy
dan komen de werkwoorden om te voegen, smeer ze uit
ik foeg, do foegst, wy foege
druk stevig aan met lidwoorden
de dy it ut
doe alsof je thuis bent, zeggen ze
sliinsk, snokker, simmerblomke
je verstaat het niet
sân, wetter, wyuwk, horp
hoe kun je je thuis voelen in een taal
die overal, vanaf het moment dat je de zee betreedt, begint het al
vanaf dat de overkant de overkant is
en wat voor taal, een van geven en nemen misschien van
ik eb en jij ebt en hij vloedt en wij vloeden
een taal is hoe je een huis meedraagt in een koffer of een bolderkar
een rugzak die net te zwaar is maar dat geeft niet, een thuis mag best iets wegen
een taal die je aan kunt trekken, zo ruim als een poncho, de vacht van een schaap
een taal als een cirkel, geen vlakte maar kustlijn, opgerekt en langs de horizon gelegd, het ligt op het puntje van je tong
een taal die je zelf hebt meegenomen, naast de zonnebrand in je tas, je was het even vergeten maar je blijkt toch nog wat te verstaan, de wind fietst met jou mee vandaag
een taal die door de nacht zwenkt als een vuurtoren, lichtvlak na lichtvlak op een wang, de noordkant van een duin, zacht ‘je bent me wat’ zegt
een taal die bestaat uit een set haringen, scheerlijnen en een fleecejas, een pinpas
een taal van namen, ik stel mezelf voor in de tweede persoon, jij jezelf een ander, wie bewoont mijn zinnen
een taal die zich vermomd heeft als vraag
een taal die zich voordoet als vandaag
vandaag is je thuis een eiland
en vandaag is een ruimte
vandaag is die ruimte overal is een woord voor
een beter woord voor ruimte is omgeving
zoals het heelal niet eindig is ergens omheen is, als een omhelzing een arm om een middel een hand op jouw hand, als een windvlaag op je lippen, ik geef om je,
er zit ook geven in omgeving
doe alsof je thuis bent, zeggen ze
ze zeggen ook: je thuis voelen in een taal begint pas
als je de wereld die erin uitgedrukt wordt, in je opneemt
ik neem, jij neemt, wij nemen
ik jo, do jogst, wy jogen
ze zeggen: er ligt een wereld aan je voeten
en jij zegt: maar de mensen nemen al zoveel,
een eiland
is geen eiland
het is belangrijk te weten wanneer je te veel bent
en ook wanneer te weinig jezelf
met anderen omgeven
jezelf zijn als omgeving
het is belangrijk te weten welke woorden er dan nodig zijn
sliinsk, snokker, simmerblomke
er is een omgeving in onze taal ontstaan
een die je met woorden probeert te vullen
lêns
lengte – lange
rúmte
gat – van gatsjepan die het zeewater zeeft
leegte, een leemte
in stilte kun je niet vallen
als we elkaar alles uit kunnen leggen
als we elkaar alles kunnen zeggen
als we elkaar omgeven
is dat dan thuis
is het niet al overal?