De filosoof Timothy Morton noemt het een hyperobject: iets dat zo groot en zo verspreid is dat je het niet kunt zien, niet kunt aanraken, en alleen kunt ervaren door de effecten ervan. De verzwakkende Atlantische oceaanstroming is zo’n hyperobject. Beeldend kunstenaar Suzette Bousema probeert het toch tastbaar te maken, in een installatie van glas en metaal, midden op Terschelling.
Hoe vertel je iemand over iets dat zich duizenden kilometers verderop afspeelt, onder water, op een tijdschaal van eeuwen? De AMOC, de Atlantische stroming die warm water naar het noorden transporteert en Europa al eeuwenlang een mild klimaat bezorgt, verzwakt. Sinds het midden van de twintigste eeuw is de kracht ervan met zo’n tien procent afgenomen. In 2100 kan dat vijftig procent zijn. Het zijn cijfers die alarmerend zijn en tegelijk volkomen abstract. Je voelt ze niet. Je ziet ze niet. En precies daar begint het probleem dat Suzette Bousema probeert op te lossen.
‘Dat is wat me trekt aan dit soort onderwerpen’, zegt ze. ‘Het zijn ecologische vraagstukken die niet direct zichtbaar zijn, niet tastbaar. Maar als kunstenaar kan je proberen om mensen iets te laten voelen bij iets dat ze niet kunnen zien.’
Snijvlak van kunst en wetenschap
Die vertaalopgave is niet nieuw voor haar. Bousema werkt al jaren op het snijvlak van kunst en wetenschap, vaak in samenwerking met onderzoekers. Ze dook de Grevelingen in voor een project over dode zones in de oceaan. Ze vergrootte microscopische foto’s van ondergrondse schimmelnetwerken tot enorme wandtapijten. Steeds is de beweging dezelfde: iets wat zich buiten ons blikveld afspeelt naar binnen halen, vertalen naar een ervaring die raakt. Niet door te drammen, maar door verwondering.
De aanleiding voor MOC was een tekening van de oceaanstroming uit een wetenschappelijke communicatie brochure. Geel voor het oppervlak. Blauw voor de diepzee. Paars voor de diepere lagen. ‘Door verschillende kleuren te gebruiken laten ze zien dat het om een driedimensionale stroming gaat’ zegt Suzette. ‘Ook al geeft dit wel een iets beter beeld, het blijft lastig om het voor je te zien, of om er een lichamelijke relatie mee aan te gaan.’ Vanuit die tekening begon de vertaling: van een tweedimensionaal diagram naar een driedimensionale installatie van zes bij vijf meter en twee meter hoog. Een ruimtelijk model van de stroming, opgebouwd uit glas en metaal.
Materiaalkeuzes
De materiaalkeuzes zijn bij Bousema nooit toevallig. Ze werkt met borosilicaatglas, een glassoort die ook in wetenschappelijke laboratoria wordt gebruikt. ‘Glas is sterk en fragiel tegelijk’, zegt ze. ‘Er zit een verstilling in die past bij dit onderwerp.’ Daarnaast gebruikt ze textiel, linnen en zeewier. Elk materiaal versterkt het verhaal, maakt de spanning tussen kwetsbaarheid en kracht voelbaar. Het metaalwerk in de installatie is gemaakt in samenwerking met Harriet Rose Morley, een in Den Haag gevestigde kunstenaar die gespecialiseerd is in metaalbewerking.
Voor MOC gaat Bousema zelf glasblazen. Dat past bij haar werkwijze. Bij elk project zoekt ze materialen die het verhaal vragen, en maakt ze zich die eigen. Niet vanuit routine, maar vanuit nieuwsgierigheid. Het is die aanpak die haar werk steeds een andere vorm geeft, van fotografie en zeefdruk tot textiel en nu glas. ‘Dit is de eerste keer dat ik een project op deze manier aanvlieg’, vertelt ze. ‘Hoe komen al die vormen bij elkaar? Hoe presenteer je dit? Hoe maak je het fysiek? Dat zijn best grote uitdagingen.’
Gesprekken op gang brengen
Op het moment van ons gesprek werkt ze aan maquettes en staat de productie op het punt van beginnen. Begin juni start de opbouw op Terschelling. En dan is daar de laatste stap van de vertaling: van atelier naar eiland, van kunstwerk naar publiek. Bousema hoopt dat MOC gesprekken op gang brengt. Over de oceaan, over wat er onder het oppervlak gebeurt, over de plek waar je als bezoeker op dat moment staat. ‘Het is best ingewikkeld om wetenschappelijk onderzoek op zo’n manier te vertalen dat het visueel aantrekkelijk en begrijpelijk wordt voor mensen, zonder de wetenschappelijke informatie te verliezen’, zegt ze. ‘Je moet een balans vinden. Maar als het lukt, en mensen gaan het voelen, dan is dat precies waar ik het voor doe.’
MOC is onderdeel van het Beeldende kunstprogramma op Oerol 2026. Je kan de installatie dagelijks tussen 10:00 en 16:00 bezoeken op vertoon van je festivalbandje. Nog geen bandje? Koop deze tot 7 mei voor €60,-, daarna kost een bandje €75,-.